Tafeltje ontdekje - ALGEN

WEEK 1 - "Het is winter"
Het is winter, weer een natte winter. Werkend op de kruidentuin vind ik iets wat je aan de vorm niet kunt herkennen, wel aan de donkergroene kleur en het vochtige, glibberige aanvoelen. Opeens zijn ze er, de vliesdunne velletjes, ze hebben geen wortels, ze zijn niet geschikt om te komen aanwaaien, niets wijst op de aanmaak van zaden, geheimzinnig…
Het blijken algen te zijn. Dat is een verzamelnaam; algen verschillen sterk van elkaar: van ééncelligen tot de meercellige reusachtige zeewieren. Zijn het planten? Tegenwoordig noemt men ze niet meer zo, want ze hebben geen vaste structuren zoals planten – geen wortels, stengel of stam, vertakkingen, bladeren en bloeiknoppen – maar sommige wieren hebben wel een bouw die daarop lijkt; in rustig water drijvend, lijkt het of ze rechtop staan, haal je het water weg dan vallen ze om. Het beslissende verschil is nu dat algen geen vaatbundels hebben, die meehelpen de structuur van planten in stand te houden.
De meeste algen kunnen hun eigen voedsel maken. Dat gaat zo, er zijn drie dingen nodig: koolzuurgas (zit in de lucht en in het water), water, en zonlicht. Via de huid van de alg kan het koolzuurgas uit het water worden opgenomen, voor wateropname zelf moet de alg in een vochtige omgeving liggen of drijven. In de huid liggen groene korrels die, met behulp van de energie van het zonlicht, uit koolzuur en water een soort suiker kunnen maken – glucose. Die suiker is een energiebron voor de alg. Glucose die niet meteen gebruikt wordt, kan worden omgezet in zetmeel – als een energie-reserve.
Dit kunststukje – met behulp van zonlicht chemie bedrijven – is iets wat alle landplanten ook kunnen. Maar de algen ontwikkelden dat proces van ‘fotosynthese’ vele, vele miljoenen jaren vóór het verschijnen van de landplanten. Het nu gemeenschappelijke kenmerk was een paar decennia geleden reden om algen wél tot de planten te rekenen. Een evolutionaire doorbraak die bij de algen begon

WEEK 2 - Het praktisch nut van algen
Over de praktische betekenis van algen in het leven van mensen is veel meer te vertellen dan op één A4’tje past. Een paar hoofdpunten:
1. Bij het maken van glucose uit water en koolzuur, met behulp van zonlicht, blijft zuurstof over als ‘restproduct’. Die zuurstof wordt door alle groene planten – en ook algen, via het water – weer afgegeven aan de lucht die wij inademen. Wij hebben zuurstof uit de lucht nodig en ademen het koolzuurgas weer uit.
Voor algen – eencellig of wieren – maakt het niet uit of het water zoet, brak of zout is. Dus niet alleen bossen, maar ook oceanen zijn enorme bronnen van zuurstof. Naar zee, bleekneusjes!
Dan gaat het niet alleen om de groene algen die dicht onder de oppervlakte van het water blijven om het benodigde zonlicht op te vangen. Iets dieper lukt dat ook de bruin-algen en nog een laag dieper de rood-algen. Die kleurverschillen zijn aanpassingen om ook in de diepere lagen nog zoveel mogelijk van het zonlicht op te kunnen pikken.
2. Een klein beetje zout (3 gram per dag) is levensnoodzakelijk voor een mens. We raken zout kwijt door zweten en urineren. Aanvulling door alleen rauw eten schoot tekort toen mensen zo rond 11.000 voor chr. voedsel begonnen te koken met een verlies aan minerale zouten tot gevolg. Het winnen van steenzout begon ca. 3000 v.chr. Vanwege een gebrek aan zoutsteen in onze streken werd hier een andere manier van zoutwinning bedacht: het uitkoken van zeewater, veen, zilte vegetatie (algen!), klei en dergelijke.
3. Sommige algen en zeewieren zijn voor mensen een nuttige bron van eiwitten, mineralen (m.n. ijzer), vitamines en jodium.
4. Net als alle groene planten leggen algen koolzuur (CO²) vast. Algen halen dat gas uit het water. Het water onder een algen-dek kent daardoor een relatief CO² tekort, en nu lijkt het erop dat het water zelf dat tekort kan aanvullen door onttrekking van CO² uit de lucht erboven! De natuur als afvanger van een broeikasgas?
Tip: de site ‘Algen in de klas’ van de WUR

WEEK 3 - Poezie van algen
Met de aanblik van algen, wieren (en ook landflora als varens en mossen) kijken we heel ver terug in de tijd, naar de basis van alle voedselketens op onze planeet, naar het water, waarvan we vergeten zijn dat alle leven daar uiteindelijk uit voortgekomen is, misschien aan de rand van een druppel.
Een fragment uit het gedicht The Dry Salvages van T.S.Eliot, in mijn vertaling:
(…) De rivier is in ons, de zee is overal om ons heen;
De zee is ook de rand van het land, het graniet
Waarin zij reikt, de stranden waar zij haar hints neerwerpt
Van vroegere en andere scheppingen:
De zeester, de degenkrab, de ruggenwervel van een walvis;
De poelen waar zij tegemoet komt aan onze nieuwsgierigheid
Met de meer tere algen en de zeeanemoon.
Zij werpt neer wat we verloren zijn, het gescheurde zegenkleed, *
De gedeukte kreeftenpot, de gebroken roeispaan
En de uitrusting van mannen niet van hier. De zee heeft vele
stemmen,
Vele goden en vele stemmen,
Het zout zit op de struikhei,
De mist zit in de naaldbomen. (…)
En de zware grondzee, die er is en was vanaf het begin,
Luidt
De bel.
*Zegenkleed: een baan van een groter visnet.
- Derde van de Four Quartets, uitgave 1959, Faber en Faber Ld. Londen
